Corners verdedigen
Krijgt uw team (te vaak) doelpunten tegen vanuit hoekschoppen? Wilt u als trainer dit probleem verhelpen door uw team beter neer te zetten bij een corner tegen? Ga dan in gesprek met uw keeper en veldspelers over de manier waarop jullie de lange hoekschoppen willen verdedigen.
Corners en andere dode spelmomenten zijn verantwoordelijk voor een aanzienlijk aantal van de doelpunten die er gescoord worden. Om corners te verdedigen zijn er twee manieren: mandekking en zonedekking. Aan beide strategieën kleven de nodige voor- en nadelen.
Mandekking
De meest gebruikte manier van het verdedigen van een corner is mandekking. Bij deze strategie pakt elke verdediger een man voor wie hij verantwoordelijk is. Dit is erg overzichtelijk en zorgt voor een duidelijke taakverdeling. Een ander voorbeeld van mandekking is dat vrijwel elke speler bekend is met deze manier van verdedigen.
Een nadeel van het hanteren van mandekking is dat elk foutje van een verdediger kan leiden tot een zeer gevaarlijk moment voor het doel. Wanneer een verdediger even staat te ‘dromen’ zal zijn man vrijstaan in het zestienmetergebied. Wanneer de bal in zijn buurt komt kan alleen de keeper nog redding brengen. Een andere manier waarop aanvallers zich ruimte kunnen verschaffen in het vijandelijke zestienmeter gebied is door het zetten van een blok. Als verdediger is het erg lastig om hier wat tegen te doen.
Zonedekking
Dat laatste kan doormiddel van zonedekking goed worden opgelost. Elke verdediger die aanwezig is in het zestienmetergebied neemt een bepaald gebied voor het doel, waardoor de zones vanwaar de tegenstander het makkelijkst kan scoren goed zijn afgeschermd. Het grote voordeel hiervan is dat de verdedigende ploeg bepaald waar de ruimtes liggen.
Maar ook aan zonedekking kleven natuurlijk nadelen. Het gevaar is dat spelers passief verdedigen wanneer een bal tussen hen en een teamgenoot invallen. Beide verdedigers kunnen denken: ‘’Die bal kopt de ander wel weg.’’ Daarnaast zijn er maar weinig spelers bekend met zonedekking, waardoor dit in het begin onwennig kan aanvoelen.
Voor een keeper kan zonedekking een groot voordeel zijn. De startposities van verdedigers zijn hierbij altijd hetzelfde. Hierdoor heeft de doelman altijd een goed overzicht over de situatie in het zestienmetergebied. Bij mandekking is dit voor doelmannen lastiger. Ruimtes vallen vaak op verschillende plekken waardoor moeilijker is in te schatten voor een keeper of hij moet uitkomen of op zijn lijn moet blijven. Het blijft op deze manier altijd een beetje improviseren.
Palen: Bezetten of niet?
Sommige keepers zweren erbij, anderen hebben er geen behoefte aan. Of je de palen bij een corner tegen bezet wilt hebben of niet kan van een aantal factoren afhangen.
- Verliest jullie team vaak kopduels? Dan is het verstandig om één of twee spelers te ondersteuning van de doelman bij de palen te plaatsen.
- Staan jullie voor en is het verdedigen van die voorsprong op dat moment belangrijk dan een mogelijke counterkans? Zet dan één of twee spelers bij de palen. Voorbeeld: Atletico Madrid stond in de Champions League finale van 2014 in de 92ste minuut van de wedstrijd met 1-0 voor en kreeg een hoekschop tegen. Thibaut Courtois (destijds doelman van Ateltico) koos ervoor om geen verdedigers bij de doelpalen te plaatsen met als gevolg dat Sergio Ramos de bal in de lange hoek kon koppen waardoor de wedstrijd uitliep op een verlening, die Real Madrid uiteindelijk won. Op dat moment in de wedstrijd was het voor Atletico Madrid veel belangrijker om de voorsprong te verdedigen in plaats van te denken aan een counter, waar op dat moment misschien geen tijd of kracht voor over was.
- Staan jullie achter en vinden jullie op dat moment de kans op een counter belangrijk? Laat de spelers weg bij de palen en zet snelle jongens voorin neer.
Hoe doen andere trainers dat?
Hoofdtrainer vv Hoogeveen
‘‘Ik vind dat op het moment dat je een corner tegen krijgt dat het niet weggeven van een doelkans de prioriteit heeft. Bij VV Hoogeveen gebruiken wij daarom een combinatie van zone- en mandekking op het moment dat wij corners moeten verdedigen en plaatsen wij slechts één aanvaller, contra van de bal, voorin. Zonedekking hanteren wij op de plaatsen waarvan wij vinden dat dat noodzakelijk is.’’
‘’Dat betekent dat wij de beide palen bezet houden. Op de punten van het vijfmeter- en zestienmetergebied staan spelers opgesteld die bij een lange corner daar moeten blijven en in het geval van een korte corner druk op de bal moeten zetten in de 2-vs-2 situatie die daar ontstaat. In het midden voor het doel staat ook nog iemand in de zone. Zijn taak is het om inlopende mensen daar op te vangen om op die manier onze keeper wat extra ruimte te verschaffen. De vier verdedigers die overblijven zijn onze betere koppers en nemen de mandekking voor hun rekening.’’
Assistent-trainer HZVV
‘’Bij HZVV 1 ben ik verantwoordelijk voor de defensieve organisatie bij standaardsituaties. In overleg met de spelers hebben we afgesproken dat we corners verdedigen vanuit de zone. Dit betekent dat wij de beide palen bezetten en voor het doel, ongeveer op de lijn van het vijfmetergebied, een rijtje van vier spelers hebben staan. De eerste hiervan staat voor de eerste paal, de andere drie staan binnen de palen van het doel. Voor het rijtje van vier staat een rijtje van drie. Zij staan tussen het vijfmetergebied en de penaltystip. Wanneer alle verdedigers anderhalf tot 2 meter ruimte om hun heen scherp verdedigen geven we geen kans weg.’’
‘’De reden dat wij zonedekking hanteren is dat wij slechte ervaringen hebben met mandekking. In de mandekking gebeurt het vaak dat verdedigers net te laat zijn of dat aanvallers zich via een schijnbeweging vrij spelen. Wanneer een aanvaller dreigt richting eerste paal, maar loopt naar de tweede paal krijgt hij bij mandekking daar vaak teveel ruimte. Met zonedekking voorkom je dit. Onze enige aanvaller die voorin staat tijdens de corner plaatsen wij vaak aan de linkerkant van het veld zodat onze rechtsbenige keeper hem met een crossbal kan bereiken.’’
Hoofdtrainer LTC
‘’Elk team beschikt over een aantal mindere koppers. Van die mindere koppers plaats ik er 3 voorin en na het verwerken van de corner wil ik dat de eerste bal altijd diep op één van hen gespeeld wordt. Door deze jongens voorin te plaatsen zal de tegenstander altijd 3 en vaak 4 man achterin houden. Hierdoor wordt het al een stuk rustiger in het strafschopgebied.’’
‘’Alleen de tweede paal is bij ons vanaf het nemen van de corner bezet. De speler in de zonedekking op de punt van het vijfmetergebied moet wanneer de bal over hem heengaat de positie bij de eerste paal innemen, wanneer de bal laag voorkomt deze wegwerken en wanneer de corner kort wordt genomen druk zetten op de bal. Hierbij moet hij worden geholpen door de speler die aan de kant van de bal, op de rand van het zestienmetergebied staat. De vier verdedigers die we overhouden gaan in de mandekking.’’
Hoofdtrainer HODO
‘’Wij verdedigen hoekschoppen vanuit zonedekking. We bezetten zowel de eerste als de tweede paal. Vaak zijn dit onze backs. Zij moeten met hun goede been aan de binnenkant van het doel staan. Dan hebben wij één speler op de punt van het vijfmetergebied voor de eerste paal staan. Onze vier beste koppers staan in een rijtje daarachter. Belangrijk is dat op het moment dat de bal over de voorste van hen heengaat richting de tweede paal dat zij mee schuiven met de bal.’’
‘’Van de drie spelers die overblijven staan er twee op de rand van het zestienmetergebied op de punten van de halve cirkel. De overblijvende aanvaller zetten we aan de kant van de bal halverwege onze helft neer. Dit doen we omdat we vaak zien dat corners vaak verwerkt worden naar de kant waar de bal vandaan komt.’’
Wat zei Johan Cruijff?
Nederlands grootste (voetbal)icoon Johan Cruijff heeft – zoals eigenlijk op alles – zijn eigen visie over het verdedigen van corners. Hij zei over het verdedigen van hoekschoppen het volgende: ‘’Waarom moeten alle elf spelers in het strafschopgebied staan? Met elf heb je er al twee te veel, omdat de tegenstander de keeper en de nemer van de hoekschop mist. Het is dus sowieso elf tegen negen. Als je ook nog drie man voorin houdt, dan wordt de tegenstander gedwongen die te dekken en wordt het acht tegen zes. Nog een stap verder is om twee spelers net buiten de zestien te houden, waardoor het zes tegen vier wordt. Of eigenlijk zesenhalf tegen vier, omdat jij nog iemand erbij hebt die zijn handen mag gebruiken.”
Op deze manier zijn corners volgens Cruijff het best te verdedigen. Of dit ook geldt voor uw team moet u zelf bepalen.